Overzicht

Geschiedenis

Jet aan de Maas, bij leven al een legende Een stamtafel, enkele rechthoekige tafeltjes met daarop pluche tapijtjes, krakende stoelen, een oud buffet met porseleinen tap, een jukebox waaruit de melodieën klonken van de laatste smartlappen uit de jaren vijftig en zestig en een waardin zoals er geen tweede op deze aarde te vinden is.

 

Hier binnen stond de tijd ruim een halve eeuw stil. Geen ander café langs de Maas voldeed meer aan het predikaat huiskamer- of bruin café dan café Het Veerhuis in Blitterswijck, in de wijde omgeving beter bekend als Jet aan de Maas. Een café met charme.Die bekendheid had het café niet alleen te danken aan de sfeervolle ambiance, hier aan de oude veerstoep naar Wellerlooi, maar ook en vooral door haar innemende en markante uitbaatster Henrica Christina Maria Reijnen, in de volksmond Tante Jet genoemd. Over haar werd met eerbied gesproken. Een levenlang heeft ze hier gewoond, geleefd en gewerkt. Ze was bij wijze van spreken `dag en nacht´ in functie.

 

Als enige dochter van kastelein Frans Reijnen groeide de jonge Henrica op in het café. Ze was drie jaar toen haar vader stierf en vanaf dat moment bleef de kleuter in de buurt van haar moeder achter het buffet. In het bevrijdingsjaar stierf moeder en stond de toen 31-jarige Jet er alleen voor. In de bloei van haar leven. Ze viel op door haar gemakkelijke manier van communiceren met de café-bezoekers. Jet kende geen klanten, ze noemde haar gasten altijd bezoek. Het was voor haar de gewoonste zaak van de wereld om voor hongerig bezoek een paar boterhammen te smeren in de keuken.Mensen die voor de eerste keer het café betraden werden verwelkomd alsof ze er gisteren nog waren geweest. En je mocht niet vertrekken voordat het `rondje van het huis´ was aangeboden. Meestal werden die rondjes wegens succes geprolongeerd waarvan er dan uiteindelijk wel een paar op de rekening van het bezoek terechtkwamen . Want laat er geen misverstand over bestaan: de waardin van `t Veerhuis was een echte zakenvrouw. En de kasteleinse schroomde zich er niet voor om bij elk rondje zelf ook een neutje te nemen.

 

Door de aanwezigheid van een voetveer had het café dagelijks klanten. Sommige inwoners van Blitterswijck die naar Wellerlooi moesten wipten vóór de overtocht eerst bij Tante Jet naar binnen om een borrel koud te maken en de laatste dorpsnieuwtjes uit te wisselen.De verhalen gaan dat het soms zo gezellig was aan de stamtafel dat de laatste overtocht werd gemist. De dorpelingen die veelal te diep in het glaasje hadden gekeken waggelden dan huiswaarts en meldden aan moeder de vrouw dat het wel héél erg druk was aan het veer en dat ze de volgende dag een nieuwe poging zouden wagen.Met de bouw in 1954 van de Baileybrug tussen Wanssum en Well verdween het voetveer bij Jet aan de Maas.

 

Het café bleef een trekpleister voor de dorpelingen en de verenigingen maar ook voor de mensen uit de wijde omgeving, ja zelfs uit de stad. Zo meerde de Venlose Watersportvereniging met haar bootjes geregeld aan. Een van de mensen achter deze club was de Venlose weduwnaar Martinus Verbaarschot. Typograaf bij het Dagblad voor Noord-Limburg (Tante Bet) en voor de oorlog wethouder van de gemeente Venlo. Hij vroeg op 64-jarige leeftijd de hand van de toen 38-jarige Tante Jet. In een klap had Tante Jet er `n man, ´n vaste klant, vier stiefzoons en drie stiefdochters bij.Haar oudste stiefzoon was met zijn 40 jaar twee jaar ouder dan de kersverse bruid.Mijn vroegere hoofdredacteur van Tante Bet, Maarten Plukker, was met zijn hengel ook een graag geziene gast aan de waterkant én aan de stamtafel in ´t Veerhuis. Onder hetpseudoniem Maan schreef hij lyrisch over de visvangst, het café aan de Maas en haar bazin.Maar Tante Jet was wars van publiciteit. Ze liet zich zelden fotograferen. Meermalen heb ik tevergeefs geprobeerd haar te strikken voor het maken van een portret voor de krant. Ze schudde dan haar hoofd: “Geej bint enne goeie jong. Schrief mar ovver andere meense”.

 

Bij Tante Jet was het altijd een zoete inval. Van heinde en verre kwamen mensen naar het etablissement aan de Blitterswijckse Veerweg. Een van de bekendste bezoekers was de commissaris van de koningin in Flevoland Han Lammers. De kerst- en nieuwjaarskaarten die hij naar Tante Jet stuurde getuigen van deze vriendschap.In het hele land was Jet aan de Maas een begrip. Dat ervoer stamgast Jan Theeuwen die destijds bij het Blitterswijckse metaalbedrijf Blitta werkte en op karwei was in de Rotterdamse haven. Op een vraag van de havenwerkers waar Jan vandaan kwam antwoordde hij: “Uit Blitterswijck”. Jan verwachtte vervolgens de vraag: “Waar ligt dat?” Even bleef het stil totdat een van de havenlui zei: “O, bij Jetje aan de Maas”. Ze was geliefd bij de dorpelingen en de plaatselijke verenigingen.

 

Meer dan eens rukten fanfare Moed en IJver en het St. Antonius-Abtgilde uit om een serenade te brengen aan de waardin van Het Veerhuis. Veel volk liep dan te hoop, er klonken marsen, de gildenbroeders brachten ´n vendelgroet, er werden toespraken gehouden en er werd gedronken, veel gedronken. Staande in de deuropening met haar armen over elkaar liet Jet dit allemaal rustig over zich heenkomen. Bij hoog water in de Maas was tante Jet gesloten. Het café lag dan eenzaam in het kolkende water en was onbereikbaar. Het Maaswater heeft tante Jet tijdens haar leven verschillende keren begroet, het steeg tot aan de drempel. In het café hield zij haarvoeten altijd droog en zorgde zij zelf wel voor het natje.

 

Op haar 65ste kondigde tante Jet tot groot verdriet van de stamgasten haar `aanstaande vertrek´ aan. Maar als een echte Heintje Davids kwam er van een echt afscheid niet veel terecht. Tot haar 78e jaar bediende ze haar bezoek. Ze kreeg een hersenbloeding en werd opgenomen in een verzorgingstehuis in Venlo. Op 80-jarige leeftijd overleed ze 18 januari 1995.Nog een keer ging ze terug naar haar bruin café. In de gelagkamer op de plaats waar altijd de stamtafel stond en waar zij met haar bezoek zoveel genoeglijke uren had doorgebracht werd ze opgebaard. Omgeven door een wake van vier gildenbroeders van het gilde waarvan zij het enige vrouwelijke erelid was. Haar wens om vanuit het Veerhuis naar de kerk te worden gedragen werd daags na de wake vervult. De fanfare en het gilde vergezelden haar naar haar laatste rustplaats.Kort na de begrafenis liet Moeder Maas weer van zich spreken. Het wassende water nam snel bezit van de Veerweg en een deel van het dorpskerkhof. Het water kwam tot precies aan de betonnen rand, de drempel van het graf van Tante Jet. Het leek alsof Moeder Maas nog één keer Tante Jet wilde begroeten…

 

Tekst René Poels